zondag 27 februari 2011

Verlaten X

Maar los van mijn gebrek aan hoffelijkheid, we deden, behalve het dansen, niets wat niet door de beugel kon.

Ik ben iemand van de lange adem, de lange termijn, het toekomstperspectief. En zij had daar grote moeite mee. Al eerder was ze gekwetst, niet door de hem die ik eerder noemde, haar vriend op dat moment, maar door iemand van voor die tijd. Dat had dermate veel schade toegebracht dat ze vast zat in het hier en nu. Of daar en toen, vanuit het perspectief dat u en ik nu kennen. Het was tussen Kerst en Oud en Nieuw, de exacte datum heb ik verdrongen, dat ze de bibliotheek binnenkwam. Ik stond bij een kast, verdiept in een boek. Ze liep naar me toe, pakte het boek van me af en kuste me. Ja, u hoort het goed. Ze kuste me. Een half jaar aan opgebouwde spanning kon via onze lichamen aarden. Na wat voelde als een eeuwigheid verbrak ze de kus en begon ze aan de verklaring - sorry, teveel rond advocaten gewerkt -. Ze was bij hem weg. Mijn hart durfde een klein vreugdesprongetje wel aan, maar werd meteen teruggefloten door mijn hoofd. Pas toen ze vertelde geheel de mijne te zijn vond mijn hoofd dat het veilig was. Mijn hart stuiterde van vreugde.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten