vrijdag 4 maart 2011

Verlaten XIV

Ze had zo'n vijfenveertig minuten vanaf de boulevard naar mij staan kijken voordat ze het aan had gedurfd om me aan te spreken. Dat is tenminste wat ze me later vertelde. Ze ging naast me zitten en groette me. Ik keek opzij en voelde iets wat het midden hield tussen afkeer en gemis. Ik hield nog steeds van haar, iets wat ik niet hardop hoefde uit te spreken. Dat wist ze wel. Ik was echter met een reden vertrokken en toen ze haar eerste zin begon met 'luister' ben ik opgestaan en terug gelopen naar de boulevard. Onder het lopen kon ik achter me gesnik horen. Op de boulevard draaide ik me om en ging ik op een van de treden zitten. Ik kon niet naast haar zitten, niet in haar buurt zijn, maar ik maakte me wel zorgen. Dus bleef ik wachten en daarom stond ik ook op toen zij opstond. Ze liep naar het Zuiden waar een rotspartij de branding aan mijn zicht onttrok.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten