vrijdag 22 april 2011

Verlaten XXXII

We zijn een hele tijd blijven zitten. Ruggen tegen de muur, arm om haar heen. Zij huilde, ik troostte. Het was geen afwijzing in de klassieke zin van het woord. Prima, ze hield van me, maar wou niet met mij trouwen. Dat was iets waar ik dan wel mee kon leven. Het goede is er voor zij die wachten nietwaar? U kan het weten, u heeft al veel geduld moeten opbrengen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten