maandag 16 mei 2011

Verlaten XXXVII

Bang. Constant was ik bang. Steeds als ik ‘s ochtends wakker werd besprong onmiddelijk één bepaalde gedachte mij. Is ze er nog wel? Snel draaide ik me dan om om te kijken of ze er nog was. Vaak was dat zo. Soms stond ze al te douchen, iets wat ik dan kon horen. Soms was ze gaan zwemmen; keurig een briefje op tafel. Toch bleef de angst. De angst voor eenzaamheid. De angst om niet langer gelukkig wakker te worden. Dat kunt u zien als een gebrek aan vertrouwen en misschien was het dat ook wel, maar mijn verleden had me geleerd dat er maar heel weinig vrouwen interesse tonen voor een type zoals ik. En dat ik nu net één van die selecte groep wist te vinden, tja, dat is wel heel veel mazzel nietwaar?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten