maandag 2 april 2012

Endeavour Hoofdstuk 1: Crisis - 3

Hugo werd tegen half 8 wakker van zijn wekker. Hij sliep iedere ochtend een beetje uit en werkte iedere avond iets langer door; een gunst die de mensen die zijn schema maakten hem gunden. En dat mocht ook wel, want ook met die luxe werkte hij minimaal 10 uur per dag, zeven dagen per week en het moordende tempo deed hem denken aan de Zomerweken van zijn rechtenstudie waarin de energiedrank niet was aan te slepen. Nee, de president deed qua uren niet onder voor mensen die ruim vijf maal zijn salaris kregen, maar torende daarentegen qua macht ruimschoots boven iedereen uit. Vandaag was een uitzondering op zijn schema net als de paar dagen ervoor al uitzonderingen geweest waren. Het was inderdaad half acht, maar niet in zijn tijdzone.

Oorlog was al een paar jaar geen echt mensenwerk meer had John Emerson ontdekt. Onbemande vliegtuigen vochten tegen onbemande vliegtuigen en slimme torpedo’s vochten tegen de vliegkampschepen waar die vliegtuigen vanaf vertrokken. Eén ding bleef echter onmisbaar: menselijke ogen. En dus vond John Emerson zichzelf op de koude grond van Anchorage terwijl hij door een verrekijker lag te kijken. Hij observeerde Chinese militairen die een paar honderd meter verderop bezig waren om een groot transportschip uit te laden. Voornamelijk ondersteunend materiaal voor zover hij de kisten, zakken en containers kon onderscheiden. Nauwelijks de moeite om over naar huis te bellen, maar dat was nu eenmaal wat ze hem hadden opgedragen. Emerson pakte dus de verrekijker in en wandelde de paar kilometer terug naar zijn hotel. Onderweg zag hij hoe militairen bezig waren met het opzetten van checkpoints op kruisingen en in de buurt van regeringsgebouwen. Een onwerkelijke situatie die nog onwerkelijker werd toen de eerste tank voorbij kwam. Hij stond nog op een trailer en de type 99 was een oud beestje, maar het bleef bijna zestig ton ellende die voorbij dreunde.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten